Leuke lesideeen voor het basisonderwijs van Juf Naomi
Doelgroep: 7/8
Sectie: thema feesten
Sectie: kennis van geestelijke stromingen
Geschreven door: Meester Tim


Print-vriendelijke pagina..

Hoe gaan we te werk?

Diwali is het hindoeïstische feest van het licht. Hiervoor hebben we dus veel lichtjes nodig. Elke klas gaat eerst dag van dit feest een lichtje maken van klei.

In dit potje kan later een kaarsje staan.

In de middag moeten alle klassen hun lokaal helemaal schoonmaken en moet de boel versiert worden. Dit mag met slingers, tekeningen, knutselwerken, etc.

Aan het begin van de avond als het al wat schemerig begint te worden moeten alle kinderen weer terug naar school gaan. De leerlingen zien dan dat de leraar alle potjes met kaarsjes erin door hun hele klaslokaal verspreid heeft en de kaarsjes al aangestoken heeft. Het hele lokaal word alleen verlicht door de kaarsjes.

Elke leraar/lerares heeft het verhaal van het feest Diwali.

Aan hun eigen klas vertellen ze het begin van het verhaal:

Duizenden jaren geleden werd prins Rama geboren. Met zijn vrouw Sita woonde hij in het koninkrijk Ayodhya (India). Hij was de zoon van koning Dasrath. Rama leefde heel gewoon net als alle mensen in het rijk van zijn vader. De mensen hielden van Rama. Hij kon het niet hebben als mensen uit het rijk van zijn vader oneerlijk behandeld werden. Hij vond dat alle mensen gelijk waren. Ieder mens was in zijn ogen immers evenveel waard. Overal waar mensen in het donker waren door verdriet, zorgde hij dat er licht kwam. Rama was een heel goede prins en hij zou zijn vader eens als koning opvolgen.

Na dit verteld te hebben mogen de kinderen naar een volgend lokaal, in dit lokaal kunnen de leerlingen kijken naar de mooie versieringen van de andere klas en krijgen de leerlingen het tweede deel van het verhaal te horen:

Maar zijn moeder dacht daar anders over en wilde niet dat Rama, maar haar andere zoon koning werd. Ze zei tegen haar man, de koning: "Je moet je andere zoon, Bharat, tot koning maken en Rama voor minstens veertien jaar het land uitsturen." En dat deed koning Dasrath. Rama werd met Sita en Lakshama (Rama's halfbroer) verbannen naar een ander land, waar zij zich diep in het oerwoud schuil hielden. Toen koning Dasrath stierf, volgde Bharat zijn vader op.

In lokaal 3 waar de leerlingen komen komt het derde deel van het verhaal:

Maar op een dag werd zijn vrouw Sita gevangen genomen door de tienkoppige Ravana, de koning van de demonen. Sita werd opgesloten op het eiland Lanka (het tegenwoordige Sri Lanka). Dat kon Rama natuurlijk niet goed vinden.
De dieren in het oerwoud hadden gezien wat er allemaal gebeurd was en wilden prins Rama graag helpen. Dus trok Rama met hen en hun apengod Hanuman op naar de koning van dat vreemde land, versloeg de demon Ravana en bevrijdde Sita.

In lokaal 4 krijgen de leerlingen het vierde deel van het verhaal te horen:

Na veertien jaren oerwoud vond Rama dat het tijd werd om maar eens naar zijn vaderland terug te gaan. De mensen van de hoofdstad hoorden van zijn terugkomst en waren heel blij. Iedereen versierde zijn huis met lampions en lichtjes. Zo werd de hele stad versierd met licht, want de prins van het licht was immers teruggekomen! De mensen zongen en dansten en vierden uitbundig feest.
Op een dag werd prins Rama zelf tot koning gekroond. Koning Rama wilde dat zijn land een voorbeeld zou zijn voor alle landen op de wereld. Ieder kwaad roeide hij uit, want kwaad hoort bij donker, vond koning Rama. En het land van Rama moest alleen maar een land van het licht zijn. Ondanks zijn roem bleef koning Rama toch eenvoudig. Na zijn dood vereerden de mensen van zijn rijk hem als een god. Een god die licht bracht en vocht tegen de duisternis.

In lokaal 5 krijgen de leerlingen het vijfde deel van het verhaal te horen:

De voorbereiding op het feest - in Nederland vooral gevierd door Surinaamse Hindoes - staat helemaal in het teken van zuivering, want 'vuil' is de voedingsbodem voor allerlei vormen kwaad. Het huis wordt daarom helemaal schoongemaakt en versierd met slingers en tekeningen (op de vloer) van bloemmotieven die gemaakt worden van speciaal gekleurde meelstoffen. De geest wordt gezuiverd door meditatie. Het lichaam wordt gereinigd door minstens een week lang vegetarisch te eten en geen alcohol te gebruiken. En na een bad en met schone of nieuwe kleren aan kan men dan met een schoon lichaam, een heldere geest en een zuiver gemoed aan de viering van Divali beginnen.

In lokaal 6 krijgen de leerlingen het zesde deel van het verhaal te horen:

Na een ritueel bad wordt de puja (gebed en offer) gehouden, waarbij fruit en bloemen worden geofferd en gebeden worden gezegd, terwijl ook de godin Maha Lakshmi met lofzangen wordt geprezen. Bij het vallen van de avond voeren de oudere vrouwen van de familie voor de deur een plechtigheid uit, waarbij ze met gebeden de godin Maha Lakshmi vragen het huis met haar goede gaven te bezoeken: geluk en voorspoed, schoonheid en rijkdom. Met het oog daarop wordt het hele huis, de directe omgeving ervan en ook menselijke geest met brandende diya's drie dagen lang in licht gehuld, terwijl ook deuren en ramen open worden gezet. Daarbij sluit het licht, als bestaansvoorwaarde voor alle leven, de duisternis buiten, weert het onheil af en brengt geluk, als men tenminste actief en zinvol leeft.

In lokaal 7 krijgen de leerlingen het zevende deel van het verhaal te horen:

Verder wordt er tijdens de viering van Divali lekker (vegetarisch) gegeten, wisselt men geschenken uit (op de vierde dag) en worden oude legendarische verhalen verteld, zoals het verhaal van de rechtvaardige koning Rama. Tijdens de viering mogen de kinderen meestal langer opblijven en soms verkleden ze zich als legendarische figuren uit de oude Hindoe-verhalen.

In lokaal 8 krijgen de leerlingen het laatste deel van het verhaal te horen:

Het Divali-feest wordt altijd rond oktober-november (in de maand Kartika) gevierd. De religieuze Hindoe-kalender telt twaalf maanden, gebaseerd op de stand van de maan. Iedere maand loopt van volle maan tot volle maan (29½ dag) en wordt verdeeld in een lichte en een donkere helft. In het dagelijks leven gebruiken Hindoes dezelfde kalender als iedereen. Ze gaan daarom voor het gemak uit van 30 dagen per maand en nummeren om de twee maanden de 28e dag dubbel: 27/28.

Een periode van twaalf maanden heet een "pattra" en telt voor één dag in een godenjaar. Eén godenjaar staat voor 360 Hindoejaren. Twaalfduizend van deze godenjaren vormen een cyclus van tijdperken of yuga's.

Zo weet aan het eind van de avond iedereen wat Diwali inhoud en wat ermee bedoelt word. De kinderen keren na het achtste lokaal nog terug naar hun eigen lokaal en praten nog even met elkaar en de leraar/lerares na over wat ze die avond allemaal gehoord en gezien hebben.

Dan is het tijd om naar huis te gaan.

Het hele verhaal achter elkaar.

Duizenden jaren geleden werd prins Rama geboren. Met zijn vrouw Sita woonde hij in het koninkrijk Ayodhya (India). Hij was de zoon van koning Dasrath. Rama leefde heel gewoon net als alle mensen in het rijk van zijn vader. De mensen hielden van Rama. Hij kon het niet hebben als mensen uit het rijk van zijn vader oneerlijk behandeld werden. Hij vond dat alle mensen gelijk waren. Ieder mens was in zijn ogen immers evenveel waard. Overal waar mensen in het donker waren door verdriet, zorgde hij dat er licht kwam. Rama was een heel goede prins en hij zou zijn vader eens als koning opvolgen.

Maar zijn moeder dacht daar anders over en wilde niet dat Rama, maar haar andere zoon koning werd. Ze zei tegen haar man, de koning: "Je moet je andere zoon, Bharat, tot koning maken en Rama voor minstens veertien jaar het land uitsturen." En dat deed koning Dasrath. Rama werd met Sita en Lakshama (Rama's halfbroer) verbannen naar een ander land, waar zij zich diep in het oerwoud schuil hielden. Toen koning Dasrath stierf, volgde Bharat zijn vader op.

Maar op een dag werd zijn vrouw Sita gevangen genomen door de tienkoppige Ravana, de koning van de demonen. Sita werd opgesloten op het eiland Lanka (het tegenwoordige Sri Lanka). Dat kon Rama natuurlijk niet goed vinden.

De dieren in het oerwoud hadden gezien wat er allemaal gebeurd was en wilden prins Rama graag helpen. Dus trok Rama met hen en hun apengod Hanuman op naar de koning van dat vreemde land, versloeg de demon Ravana en bevrijdde Sita.

Na veertien jaren oerwoud vond Rama dat het tijd werd om maar eens naar zijn vaderland terug te gaan. De mensen van de hoofdstad hoorden van zijn terugkomst en waren heel blij. Iedereen versierde zijn huis met lampions en lichtjes. Zo werd de hele stad versierd met licht, want de prins van het licht was immers teruggekomen! De mensen zongen en dansten en vierden uitbundig feest.

Op een dag werd prins Rama zelf tot koning gekroond. Koning Rama wilde dat zijn land een voorbeeld zou zijn voor alle landen op de wereld. Ieder kwaad roeide hij uit, want kwaad hoort bij donker, vond koning Rama. En het land van Rama moest alleen maar een land van het licht zijn. Ondanks zijn roem bleef koning Rama toch eenvoudig. Na zijn dood vereerden de mensen van zijn rijk hem als een god. Een god die licht bracht en vocht tegen de duisternis.







Mail Juf Naomi