Leuke lesideeen voor het basisonderwijs van Juf Naomi
Doelgroep: groep 6
Sectie: verhalend ontwerp
Sectie: thema romeinen
Geschreven door: Juf Naomi


Print-vriendelijke pagina..
Een dag in Rome

Julius loopt op zijn gemak over het forum richting het badhuis. Wat heeft hij daar toch een zin in. Even lekker ontspannen in bad zitten. In de eerste hal van het badhuis komt hij een vriend van hem tegen, Lucius, die zaken komt doen in het badhuis. Julius is blij dat hij vandaag eens lekker kan ontspannen. Hij doet zijn kleren uit en legt die in een van de vakjes die daarvoor bestemd zijn.
Dan loopt hij richting het eerste bad. Maar bij de deur wordt Julius tegen gehouden. O jee..hij was vergeten dat hij nog moest betalen. Snel loopt hij weer terug naar zijn kleren. Hij had net genoeg munten meegenomen om het badhuis binnen te komen.

Hij betaald de man en loopt verder het badhuis in. Hm...eerst maar eens lekker beginnen in het warme bad of misschien toch in het warme? De sauna?
Julius besluit om eerst een lekkere massage te nemen en dan beslist hij in welk bad hij gaat.


1: Het personage

De kinderen gaan allemaal een persoon uit de tijd van de Romeinen maken. De jongens kunnen een van de mannen uit het badhuis worden en de meisjes een vrouw die van alles gaat doen terwijl haar man naar het badhuis is. Ze tekenen personen op een groot vel papier. Ze mogen zelf weten met welk materiaal ze hun persoon gaan maken. Misschien wel een 3D persoon.
Waar woont deze persoon? Heeft hij/zij ook een gezin?

2: Een dag in Rome

Je personage gaat iets doen in de stad. Waar gaat hij/zij naar toe. Waar loopt hij/zij langs? Wie komt hij/zij tegen? Je schrijft voor een week lang een dagboek wat je persoon allemaal doet. Hij moet dus ook boodschappen doen en misschien is er nog wel iets heel belangrijks waar hij die week naar toe moet.
Dit schrijf je allemaal in je schrift.

Voorbeeld Een dag is Rome

Julius heeft vandaag een lekker dagje vrij. Wat zal hij eens gaan doen? Er is altijd zoveel te doen in Rome dat hij besluit eerste even door de stad te wandelen.

Hij loopt de trap af en langs het bad in de hal. Als hij teruggaat moet hij maar eens lekker gaan ontspannen in zijn eigen bad. Maar misschien is het ook wel lekker naar het badhuis in de stad te gaan. Daar is altijd veel te beleven en komen veel vrienden van Julius.

Maar eerst maar eens even kijken wat er te doen is in de stad. Het is druk op straat. Zou er iets gaan gebeuren vandaag? Hij heeft er op school niets van gehoord. Meestal vertelt de leraar het wel als er een paardenrace of gladiatorengevecht is.

Julius gaat sneller lopen. Er moet wel iets zijn als het zo druk is. Hij laat zich meevoeren door de vele mensen. Waar zouden ze heen gaan? Naar het colloseum?? Of naar het Hippodrome? Even verderop staat het een beetje vast. Daar is een wegversmalling. Een aquaduct loopt recht over de weg en zijn steunpalen maken de weg smaller. Er moet toch echt wel iets zijn als er zoveel mensen op de been zijn. Als hij door de wegversmalling is begint hij te rennen. Als de menigte nu afslaat gaan ze naar het Colloseum. Jaaa.... er is dus echt iets aan de hand. Waarom zou meester dat niet verteld hebben? Of is het pas vandaag bekend gemaakt. Julius blijft even staan om te zien of hij bekenden ziet. Daar verderop ziet hij de rode haren van zijn vrien Marcus.

Gelukkig heeft Marcus hem ook gezien en weet hij wat er aan de hand is. "Er zijn nieuwe slaven gebracht uit Carthago. Ze gaan vandaag al tegen elkaar vechten. Mijn moeder hoorde het vanmorgen in het cafe!" De beide jongens rennen nu hard naar het Colloseum. Ze willen niet helemaal achteraan staan, want dan zien ze niks. Al snel komen ze bij een van de ingangen. Ze glippen tussen de benen van de grote mensen door en vinden nog een plekje vooraan.

3: Bouwen

Kies een gebouw uit waar je personage is geweest die week. Deze ga je in het klein namaken. Je maakt dus een maquette van het door jou gekozen gebouw. Dit kan bijvoorbeeld een amfitheater zijn of een badhuis.
Op internet en in boeken ga je op zoek naar dat gebouw. Dit ga je met karton en papier nabouwen. Als iedereen zijn gebouw klaar heeft gaan we de stad in elkaar zetten. Als laatste verf je je gebouw in de goede kleuren.
Heel belangrijk is dat iemand ook een badhuis neemt. Dan kunnen we het dilemma van Julius oplossen. Hoeveel baden waren er? In welk bad moest je eerst gaan? En mochten vrouwen daar ook komen?

Een archeoloog in de klas uitnodigen. Die kan vertellen over de gebouwen uit de Romeinse tijd die gevonden zijn.

4: De stad

De kinderen gaan hun stad in elkaar passen. Als er nog iets mist in de stad gaan de kinderen dat in groepjes maken. Ben je eerder klaar dan de rest? Dan ga je nog een gebouw uitwerken. Of je dagboek op de computer uitwerken.

5: Presentatie

Presentatie aan ouders. Ieder kind vertelt over zijn eigen gebouw. Waarom staat het daar in de stad. Wat gebeurde er allemaal? Waarom zag het er zo uit?







Mail Juf Naomi