Leuke lesideeen voor het basisonderwijs van Juf Naomi
Doelgroep: 1/2
Sectie: bewegingsonderwijs
Geschreven door: Juf Naomi


Print-vriendelijke pagina..
Bewegingsonderwijs

Doelgroep 1/2

Benodigdheden

- tamboerijn
- 14 pionnen
- 6 touwtjes
- 2 kasten
- hoepels (aantal is afhankelijk van aantal leerlingen)
- ballen (ook afhankelijk van aantal lln)

Bewegingsthema's

- mikken
- tikspelen
- springen

Inleiding

De kinderen zoeken een vrij plekje in de zaal op. Geef het ritme aan met de tamboerijn. Zo kunnen ze huppelend door de zaal gaan of lopend of rennend.
Je kunt ook gewoon door de zaal roepen wat ze moeten doen zodat je zelf tijd hebt de materialen klaar te zetten.

Kern

Verdeel de klas in drie groepen. Elke groep gaat in een vak zitten. Dan ga je uitleggen wat ze overal moeten doen.
Elk kind komt in elk vak terecht. Je kunt ongeveer 10 minuten in elk vak laten werken (is afhankelijk van de duur van de les).

Vak 1:

Horden lopen.
De kinderen gaan in een rij achter de pion staan. Een voor een gaan ze over de pionnen met touwtjes springen. Als het kind voor je over het laatste touw gesprongen is mag de volgende. Als er een touwtje van de pion valt moet degene die hem eraf gooide die er ook weer op leggen.
Vervolgens lopen ze links of rechts van de pionnen weer terug en sluiten ze achter aan in de rij.

Vak 2:

Tikspel
Hier kun je een tikspel laten doen. In dit geval heb ik gekozen voor een overloopspel. De kinderen staan achter de lijnen aan beide kanten van het veld. Als die er niet zijn kun je die even met krijt tekenen. In het midden staat 1 tikker. Deze probeert de andere kinderen te tikken als ze overlopen. Eenmaal begonnen met lopen mag je niet meer terug.
Als een kind getikt is gaat deze de tikker helpen. Het kind dat als laatste overblijft is de winnaar! Daarna wordt dus juf/meester een nieuwe tikker aangewezen.

Vak 3:

In dit vak staan aan beide kanten kasten. Alle kinderen gaan in 1 van de hoepels staan. Deze liggen eerst heel dicht bij de kasten. Elk kind krijgt 1 bal. Tegelijk proberen ze dan de bal in de kast te mikken. Als iedereen gegooid hebt worden de ballen weer opgehaald. Ze mogen niet gooien als er iemand bij de kast staat!
Als de bal in de kast terecht is gekomen mag de hoepel een klein stukje naar achteren gelegd worden. Is de volgende worp raak dan gaat de hoepel nog verder naar achteren. Wordt er mis gegooird dan moet de hoepel weer naar voren worden gelegd.

Afsluiting

Een klassikaal spel. Bijvoorbeeld: Zakdoekje leggen of Reus kom eens uit je hol.








Mail Juf Naomi