Leuke lesideeen voor het basisonderwijs van Juf Naomi
Doelgroep: 3/4/5/6/7/8
Sectie: drama
Geschreven door: Meester Gerko/Juf Tineke


Print-vriendelijke pagina..
Tussendoortjes

Ik heb een aantal spelletjes uitgekozen die je makkelijk tussendoor o.i.d. kunt spelen als je bijv. 5 of 10 minuten over hebt.

Spel 1:
Hoeveel kinderen zitten er achter je is een concentratie spel. De lln. moeten erg goed luisteren. De groep zit in de kring en 1 lln. zit in het midden met de ogen dicht. Ik wijs steeds een kind aan dat erachter mag gaan zitten. Wanneer er een aantal lln. achter het kind in het midden zitten, moet deze raden hoeveel er achter hem/ haar zitten. De lln die in het midden zit mag een ander aanwijzen die nu in het midden mag.

Spel 2:
Tik tik wie ben ik? De groep zit (nog steeds) in de kring en 1 lln. zit in het midden, met de ogen gesloten. Ik wijs een kind aan dat zachtjes naar het kind in het midden loopt, op zijn rug tikt en met een rare stem zegt "tik tik wie ben ik"? Wanneer de lln. in het midden het goed heeft geraden, is degene die achter hem/ haar staat aan de beurt om te raden.

Spel 3:
Wat voel ik? Ik heb een aantal verschillende voorwerpen verzameld en stop deze in een linnen tas. Deze voelzak gaat rond in de kring. Wanneer ik stop zeg mag het kind dat de zak vast heeft 1 voorwerp voelen en beschrijven aan de rest van de klas. Wanneer iemand denkt te weten wat het is steekt hij/ zij z'n vinger op en mag het zeggen. Wanneer het goed is mag dit kind voelen en een voorwerp omschrijven. Is het niet goed dan mag een ander kind raden.

Spel 4:
Doorfluisteren. Kies een woord. Bijv. tandenborstel. Je vertelt dat je op reis gaat en meeneemt een tandenborstel. Wat neemt de lln naast je mee? Lippenstift. Ja jij mag mee? En de lln daarnaast? Deken Nee jij mag niet mee. Het woord moet beginnen, waar het laatste goede woord mee is geëindigd. Bijv tandenborstel - lippenstift - trui - inkt - enz.

Spel 5:
Zinnen fluisteren je fluistert bij de lln naast je een zin in het oor. Deze fluistert het weer aan zijn/ haar buurman, enz. De zin mag maar 1 keer aan de buurman doorverteld worden. Hoe komt de zin aan het eind? Is het nog steeds hetzelfde?







Mail Juf Naomi